Ideale zondag

Zondag 15 oktober 2017. De zon schijnt hier volop. De dauw op de grassprietjes schittert mij tegemoet. De condens op de ramen zegt me dat het koud geweest is vannacht. De geur van kamille prikkelt mijn reuk en ik zit te bedenken wat ik met deze zintuiglijke zondagmorgen ga doen? Zal ik een wandeling maken? Met de wetenschap dat ik dan de rest van de dag rustig aan moet doen. Of moet ik achter het glas blijven zitten, mezelf verwonderen over het mooie weer? Altijd weer dat dilemma. Kon ik maar binnen blijven en toch genieten van de zonovergoten zondag. Met een kopje koffie, een krantje of een boek en de zonnestralen op mijn gezicht. En door het lezen geïnspireerd raken om vervolgens te gaan schrijven. De ideale zondag.

Kan ik het dan niet allemaal hebben? Waarom eigenlijk niet? Als ik gewoon een klein stukje ga lopen met de zon op mijn gezicht, en op een bankje ga zitten lezen, om daarna naar huis te keren en te gaan schrijven. Laat ik dat maar doen. Ik kan er misschien zelfs meer energie van krijgen.

Dus, mijn beste lezers, ik ga er even tussenuit. Ik wens jullie een hele fijne, zonovergoten zondag toe met alle ingrediënten die het voor jullie de ideale zondag maken. Mochten jullie in een schrijfflow zitten, laat me dan weten wat jullie ideale zondag vormt.

 

Tot gauw,

 

Ber Runderkamp

Advertenties

Exceptioneel Konvooi

Vorige jaar rond deze periode werd ik wakker in een droom. Vreemde geluiden dreven door het open raam mijn oververhitte kamer binnen. Met alleen mijn boxershort aan sprong ik vanaf twee hoog uit het raam en rende naar de oorsprong van het geluid…… hey, het was nu eenmaal een droom.

Het geluid kwam uit de Velsertunnel. In eerste instantie vond ik dat niet zo gek. Ze waren immers bezig met de renovatie ervan. Maar dit geluid had ik niet in de eerste plaats verwacht op een bouwplaats. Meer op een Science-fiction filmset. Hoewel het ook wel iets weg had van een Franse Chanson. Viktor Lazlo’s – Canoë Rose bijvoorbeeld. Hetgeen zoveel betekent als roze kano. Eventueel kan het ook nog rooskleurige kano betekenen. Laten we dit maar onder de noemer ‘verloren in vertaling’ scharen en niet teveel waarde hechten aan deze referentie.

Ik kreeg het fantasierijke idee dat ze tijdens de negen maanden renovatie van de tunnel een geheim project aan het uitvoeren waren. Namelijk het bloot leggen van een lang bewaard geheim. Een ruimteschip dat onder de tunnel begraven lag. Eens in de vijfenzeventig jaar moest het schip onklaar gemaakt worden voordat het koers zette naar een sterrenstelsel duizenden lichtjaren hier vandaan.

In de droom eindigde ik tegen een hek waar te hoge vrachtwagens van de weg worden geleid langs een zij-ingang van de oprit naar de tunnel. Het hek weerhield me ervan om de tunnel in te kunnen om mijn fantasierijke idee te staven. Teleurgesteld keerde ik om en werd opgeschrikt uit mijn dromerige gedachten door het alarmsysteem van de tunnel. ‘Attentie, attentie, dit is een noodgeval. Verlaat uw voertuig en begeef u richting de dichtstbijzijnde uitgang.’ De mededeling herhaalde zich een drietal keer en ging vervolgens verder in het Engels. Gelukkig ben ik de Engelse taal enigszins machtig anders had ik mezelf verloren gewaand in mijn droom.

Toen ik later die nacht ontwaakte stond ik op en liep naar het raam. Ik stak mijn hoofd naar buiten en keek naar beneden. Ik achtte het onmogelijk om naar beneden te springen zonder kleerscheuren. Dat was het enige van de droom dat ik onwaarschijnlijk vond. De rest kon allemaal waar zijn. Waar anders voor hadden ze negen maanden de tijd nodig? Negen maanden! In negen maanden tijd groeit een vrouw een nieuw mens in haar buik, is een voetbalseizoen voorbij en blijft van de seizoenen alleen de winter over. Dat toch al mijn minst favoriete seizoen is.

Voor de renovatie van de tunnel was het om de haverklap raak tot irritatie van medeweggebruikers die in kilometerslange files zich stonden te verbijten. Niet alleen files waren het gevolg, ook trillende koffiekopjes. Soms dacht ik aan het afkicken te zijn van de koffie, gezien mijn trillende handen. Gelukkig was het dan een te hoge vrachtwagen.

Zo kwam mijn vriendin eens diep in de nacht doodmoe onze straat ingereden om tot haar grote schrik een voertuig met zwaailichten voor zich te zien. Ze werd vriendelijk verzocht om achteruit te rijden de straat uit, omdat er een ‘convoy exeptionnel’ aankwam van twee vrachtwagens en lading. Ze mocht door de te hoge vrachtwagen niet eens haar eigen straat inrijden. Bah. Dit terwijl mijn vriendin voor mij juist exceptioneel is en soms ook een konvooi met alle toeters en bellen. Hier komt dan ook weer de verwijzing naar een Franse Chanson. Misschien kan Viktor een prachtig nummer maken over het ‘exeptionnel convoy’ als zijnde een protestlied tegen de Velsertunnel.

Volgens de overlevering zouden ze de tunnel tijdens de negen maanden twaalf centimeter dieper maken. Twaalf centimeter! Twaalf centimeter is een klein longdrinkglas. Of de dikte van een goed boek. Twaalf centimeter is ook de lengte van een korte pen of een flinke duim. Maar wat is in hemelsnaam twaalf centimeter op een vrachtwagen van vier meter hoog? Het is alsof ze de omwonenden willen zeggen, we zijn bezig met het probleem van de twintig te hoge vrachtwagens die dagelijks langs jullie huizen denderen en scheuren en verzakkingen veroorzaken. Die twintig willen we verlagen tot maar tien vrachtwagens per dag. Over vijfenzeventig jaar richten we ons dan op een verwaarloosbaar aantal van vijf te hoge vrachtwagens per dag. Oh, maar dan leeft u natuurlijk allang niet meer en zitten uw kleinkinderen met een gescheurd huis opgescheept. Had verdomme een meter uit die tunnel gehakt. Dan waren we van alle problemen verlost.

Natuurlijk zullen ze er hun bouwkundige redenen voor hebben gehad. Hoewel ik totaal niet bouwkundig ben aangelegd, zal het hoogst waarschijnlijk iets te maken hebben met de druk die het water uitoefent op de tunnel. Maar zolang ik nog tien keer per dag de jingle van het alarmsysteem voor de tunnel hoor schallen; ‘Attentie, attentie, uw vrachtwagen is te hoog voor de tunnel. Verwijder uw voertuig zo spoedig mogelijk via de uitrit baan naar een alternatieve route.’ Hadden ze voor mij part beter in negen maanden tijd een brug over het kanaal kunnen maken en daarmee niet alleen de huizen van omwonenden gered, maar ook een hoop fileleed bespaart. Behalve dan voor Sail. Maar zeg dan zelf, schepen en boten file zien varen is toch veel mooier dan auto’s.

 

Tot gauw,

 

Ber Runderkamp

Koffie en aspirine

De koffiemachine vulde de keuken met de chemische geur van aspirine. De associatie deed mijn tong bitter uitslaan. Telkens wanneer ik aspirine nam, rook ik gebrande bonen.

‘Het is beter als u een tijdje even geen koffie meer drinkt,’ zei mijn arts laatst. Ze balde haar vuist en klopte op het overvolle bureau om haar stelling kracht bij te zetten.

Ik was nog niet overtuigd en vroeg haar voor hoe lang dan.

‘Voor zolang het nodig blijkt,’ was haar politieke antwoord. Alsof ze zich dan niet kon branden aan loze beloften over het verloop van de klachten die ik aan haar had gepresenteerd.

‘Maar ik schrijf altijd onder het genot van een stomende mok koffie. Daar leef ik op. Dat is olie voor mijn motor,’ ik knikte om mijn verhaal bijval te geven. ‘Oké, dan laat ik die wel staan. En mijn ochtendkoffie?’ vroeg ik enigszins verbijsterd over de blik in haar ogen waarmee ze mij adresseerde.

Ze meende het echt.

‘Dat is toch ook koffie? Als ik zeg dat u koffie beter kunt laten staan, dan bedoel ik alle koffie. Ook de decaf, cappuccino en alle latte/frappuccino en verkeerde koffie afgeleiden,’ er klonk irritatie door in haar opsomming.

Ze leek me opeens meer een koffie-expert dan arts. Toch begon ik niet meer over het bittere goedje dat mijn slapende hoofd wakker maakt op onchristelijke tijden.

Een paar weken later werd ik rond twee uur ’s nachts wakker. De geur van gebrande koffiebonen dreef door mijn kamer. Dit was onmogelijk want ik had al weken geen koffie meer gedronken. De bonen had ik in de ban gedaan door ze in een kluis te stoppen en de code door mijn moeder in te laten stellen. De avond ervoor had ik twee aspirine genomen op advies van dezelfde arts. Misschien kwam daar de associatie met koffie wel vandaan. Immers zijn de twee allebei bitter van smaak, hebben ze invloed op je gemoed en lossen ze allebei nooit helemaal op in water.

De volgende ochtend nam ik opnieuw twee aspirine en verbaasde me over de geur van gebrande bonen.

Toen ik twee weken later mijn eerste kopje koffie dronk prikkelde de chemische bitterheid mijn neus. Ik had het gevoel te dromen. Op bezoek bij de arts vertelde ik mijn opzienbarende waarneming.

‘Heb je normale aspirine geslikt?’ vroeg ze glimlachend.

‘Hoezo, er bestaat toch maar een soort?’

‘Tegenwoordig heb je ze ook met koffiesmaak. Maar wees gerust, dat valt niet onder koffie. Ik ben trots op je,’ ze stond op en hield de deur open. ‘Nu wil ik dat u drie weken geen koffie drinkt en geen aspirine slikt.

Ik keek haar verbaasd aan en volgde onwillig haar wenkende handen naar de uitgang. Zodra ik buiten stond kreeg ik een onuitstaanbaar verlangen naar aspirine en de geur van gebrande koffiebonen.

 

Tot gauw,

 

Ber Runderkamp