Slapende adem

Ik hou van je, als de bomen van de wind
Het ritme van je slapende adem klopt
Parels van helblauwe ogen staren door me heen
Zelfs als je slaapt, als je niet kijkt

De kalmte van je dromen en de vrede
Is waar wij samensmelten
Je glooiende heupen, wiegen waarlijk vrij
Ik hou van je, als de bomen van de wind

 

 

 

 

 

©http://andreavandenberg.nl/drawings

Advertentie

De te komen tijd

Inspiratie kwam op de wind
Volgend op de liefdesverklaring
De nacht waarin je roerend wakker lag
En de te komen tijd hartstochtelijk probeerde voor te zijn

Wat komt, dat komt
Wie gaat, die gaat

Al is het niet met de beste van vaarwels
Dan is het een nieuw begin verscholen in het bitterste eind
Liever laat ik je mij irriteren als jeuk in de nacht
Dan dat ik nooit meer in je armen lag

Onsierlijke Dans

Ze wendde haar rug en huilde. Haar tranen wogen zwaar. De geur van pijn aan het hart leek haast op die van ochtendkoffie. Was het iets wat ik gezegd of gedaan had? Of het zwijgen, waar woorden gepast waren?
Misschien had alleen een hand van liefde op haar schouder afdoende geweest. Hoe dan ook, dansten we onsierlijk langs elkaar heen terwijl onze sokken dienst deden als eierschalen.
Ik begon het als kunstvorm te ervaren zodra ze langs mijn gespannen benen schuifelde en hartstochtelijk probeerde niet te ademen.
Ik voelde de liefde voor elkaar.

De Grijze Engel

Vandaag was het zover.

Ik wilde niet kiezen, maar oh zo graag toch weer wel. Het maakte de keuze niet minder gruwelijk.

‘Het is oké,’ zei de Engel. Zijn stem zoetgevooisd en diep. Zijn grijze vleugels omhelsden me als een warme deken. Veilig en donker. Warm en tegelijkertijd ijskoud.

Mijn aandacht ging naar het spartelende wezen verderop. Alleen zijn hoofd nog zichtbaar.

‘Help me,’ klonk het smekend voor de laatste keer.

Ik stond niet machteloos toe te kijken. Iedereen heeft de keuze. Zo ook ik. Vandaag keek ik toe hoe de moordenaar van mijn kind verdronk.

Rimpels van pijn

Waar zijn nu je rimpels van pijn?
Ik vond ze naast je onzekerheid
Voor altijd veilig achter je geluk
Worden de rimpels verstilde herinneringen

Dagen waarin je verloor van de rede
Weken waarvan je de dagen niet telde

Het waarom bevroor je geluk
Totdat ik je rimpels nam en je pijn
Geef je weldra ook je onzekerheid
Voor altijd kan ik je niet beloven
Mits je in mijn hart blijft geloven

Mooi mens

Je laat stukjes toiletpapier achter met lieve woorden erop. Telkens als ik thuiskom in een leeg en donker huis, kom ik ze onverwacht tegen. Ze brengen de lach terug op mijn gezicht. De lach die mijn mond als kind vaak krulde. Als woorden op toiletpapier dat kunnen doen, bedenk dan eens wat jouw aanwezigheid met mij doet. Het is niet in woorden uit te drukken hoe ik mij voel wanneer je jouw zachte handen om mijn middel bindt en zachtjes in mijn oor fluistert:
‘Mooi mens.’
Waarop ik terug fluister: ‘Jij ook.’
Dus, wanneer ik nu een stukje toiletpapier tegenkom voel ik je ook. Ik proef je zoete tong die geniet van chocolade. Ik zie de helblauwe ogen sprankelen wanneer je me kust. Nu maar hopen dat ik nooit zonder toiletpapier kom te zitten.

Waar was jij?

Waar was jij in je aanwezigheid
Ver weg maar dichtbij
Als een mist in het donker
Een silhouet in de nacht

Waar was ik in je aanwezigheid
Verdwenen in de vondst
Liefde voor de terende lust
Over bloed van een ander

Waar las ik in je ogen spijt
Achter glazen muren
Murw van het mens zijn
Wars van weerloos gevoel

Altijd geweten

Ik voel je nog steeds soms
Je kastanjebruine haar
Fel van leer trekkende toon
De stem van je ongelijk
 
Lang niet altijd eerlijk
Maar je bent nog in me
Vaker dan ik zou willen
Vaker dan ik kan dragen
 
Deze droevige toetsen
Weerspiegelen je gemoed
Zonder ‘ons’ in het heden
Hebben we het altijd geweten

De vervelende kraai

Ze plaste opluchtend tegen de boom maar verloor haar evenwicht.

Schrapend met haar bips langs de zwam dolf ze het onderspit.

Boven neer de wolken een kraai die luid zijn vermakende lied kraste.

Het meisje lief zou nooit meer in het bos plassen.