Slapende adem

Ik hou van je, als de bomen van de wind
Het ritme van je slapende adem klopt
Parels van helblauwe ogen staren door me heen
Zelfs als je slaapt, als je niet kijkt

De kalmte van je dromen en de vrede
Is waar wij samensmelten
Je glooiende heupen, wiegen waarlijk vrij
Ik hou van je, als de bomen van de wind

 

 

 

 

 

©http://andreavandenberg.nl/drawings

Advertenties

Echo van twijfel

‘Gaat u maar liggen.’

Op de tast zoek ik de behandeltafel. Het ruikt er naar alcohol en steriliteit. Mijn maag knort. De instructies waren duidelijk: Als u ’s morgens een afspraak heeft, mag u vanaf twaalf uur ’s nachts niet meer eten en drinken. Mijn ogen wennen langzaam aan de donkere kamer. Er brandt een lichtpuntje aan een monitor, het piept ook. Het onderzoekstafel-papier dat over de lengte van de tafel ligt, lijkt licht te geven en is mijn duidelijkste aanknopingspunt. Zodra ik mezelf heb geïnstalleerd, draait de vriendelijke echoscopiste zich naar me toe. Ze zit op zo’n draaikruk zonder rugsteun. Zelfs in het donker van de kamer zie ik dat ze geruststellend naar me lacht.

‘Ik ga zo wat gel op uw buik smeren, dat maakt het allemaal wat gemakkelijker.’

“Allemaal?”, denk ik. Zolang de gel maar op mijn buik blijft en niet voor nader onderzoek naar allerlei andere plekjes wiebelt. Mijn benen trillen, net als mijn handen, dat doen ze al de hele ochtend. Vannacht heb ik weinig geslapen: wat als ze iets vinden, iets ernstigs, iets ingrijpends, iets wat mijn leven voorgoed zal veranderen. Maar ik heb liever dat ze iets vinden dan dat ik nog langer in onzekerheid moet leven. Toch? Ja, ik denk het.
Kwak, klink het. Waar ik vrouwen vaak heb horen klagen over de koude gel die op hun uitpuilende buik geplempt wordt, voelt het goedje bij mij heerlijk warm.

De vrouw rolt met haar vreemde instrument over mijn buik. Ze bestookt me met vragen over mijn dagelijks leven en waarom ik bij haar op de tafel lig. Of ik ook klachten ervaar? Dat lijkt me een schot in open doel, maar blijkbaar zijn er mensen die voor de lol een echo laten maken van al hun vitale buikorganen. Nadat ze genoeg informatie heeft verzameld terwijl ik op mijn rug lig, vraagt ze me om op mijn linkerzij te gaan liggen. Ik volg haar instructies zo vredelievend en gehoorzaam mogelijk.

‘Doet u ook zwangerschappen?’ vraag ik oprecht geïnteresseerd. Het feit dat je door middel van geluidsgolven organen in beeld brengt, hetzij in zwart/wit en grijstinten, vind ik fascinerend. En het leidt me af van de zenuwen die mijn armen en benen al een paar uur beklemmen.

‘Ja. Of nee, niet meer. Dat is echt al een hele poos geleden. Maar ik doe eigenlijk van alles. Als mensen binnenkomen met knobbeltjes, of problemen hebben met hun schildklier, botten en benen, van alles eigenlijk. Mocht je het jezelf afvragen, je bent niet zwanger.’

Het blijft even stil in de donkere kamer. Dan bulder ik van het lachen en ik zweer het gel op mijn buik te zien meeschudden. Heerlijk, het haalt de spanning even van mijn gestel.

Op de vraag of ze iets merkwaardigs ziet, antwoordt ze haast fluisterend: ‘Daar mag ik niets over zeggen. Dat laat ik aan de radioloog over.’

Gelijk voel ik mijn benen en armen weer vollopen met twijfels, angsten en doemscenario’s. Ik moet mijn maag snel ergens mee vullen anders vult die zich ook met dezelfde levensremmers.

‘De radioloog gaat er even naar kijken, als we genoeg beeldmateriaal hebben en het is allemaal duidelijk te zien voor de radioloog, dan mag u naar huis. Nu mag u de gel van uw buik vegen en even wachten in de wachtkamer.’

Ik bedank haar vriendelijk en zit binnen no-time op een ongemakkelijke houten stoel in de wachtkamer. Als ik een nagelbijter was, had ik geen nagels meer over. In plaats daarvan verandert de binnenvetter die ik ben vanbinnen in een magere Hein en zijn zelfs de angsten geen partij voor mijn allesverslindende fantasie en beeldvorming. Na een zenuwslopende vijf minuten komt de vriendelijke echoscopiste de wachtkamer binnen en wenkt me.
Met knikkende knieën sta ik op. Ze houdt een hand naar me uit. Om haar mond krult een vreemde glimlach. Ik probeer de lach in te schatten. Iets van meelijdzaamheid, geruststelling of toch meer iets van ‘maak je nu maar nog geen zorgen, daar is later nog genoeg tijd voor.’ Ik krijg er geen hoogte van en hoor haar zeggen, terwijl we elkaar de hand schudden: ‘Ik wens u fijne feestdagen.’

Ik mompel iets in de trant van “insgelijks” of ‘u ook’. Achter me hoor ik haar de volgende patiënt roepen. Het is lopende band werk. Ik heb de complete feestdagen de tijd om te bedenken wat het kan zijn dat mijn lichaam teistert. Misschien moet ik maar een extra glas whisky nuttigen. Of een fles. Dat zuivert vast mijn bloed en ook mijn lever en maakt het wachten wat draaglijker. Het enige wat ik ondertussen al zeker weet is dat ik in ieder geval niet zwanger ben.

Weekblad interview

Dinsdagavond ben ik geïnterviewd over mijn debuutroman ‘Als ik terugkijk’. Het interview komt woensdag 20 december in het weekblad NIVO te staan. NIVO is een lokaal weekblad dat uitgegeven wordt in Edam-Volendam.

Zodra het interview uit is, zal ik het hier ook met jullie delen.
Tot gauw,

 

Ber Runderkamp

Eerste recensie ‘Als ik terugkijk’

Gisteravond ontving ik de eerste recensie over mijn debuutroman ‘Als ik terugkijk’. Mieke Wijnants had de moeite genomen om mijn boek te lezen en er een uitgebreide inhoudelijke analyse van te maken.

Dit is de link naar haar website. Recensie ‘Als ik terugkijk’

http://miekewijnantsrecenseert.nl/2017/12/08/recensie-als-ik-terugkijk/

Bij deze mijn hartelijke dank Mieke.

 

Tot gauw,

 

Ber Runderkamp